Evaluatie Wmcz 2018: Wat werkt en wat kan beter?

Evaluatie Wmcz 2018: Wat werkt en wat kan beter?

Dit artikel bevat een woordenlijst met uitleg over de gebruikte begrippen.

Klankbordgroep verslagen

De afgelopen maanden hebben we intensief gewerkt aan de evaluatie van de Wmcz 2018 en dat hadden we absoluut niet gekund zonder de enorme inzet van onze klankbordgroep. We willen alle mensen die hieraan hebben bijgedragen ontzettend bedanken. Voor iedereen die  aansloot tijdens de vakantie, in de late avonduren, dit bovenop je huidige uren deed, of juist insprong bij één of meerdere sessies: elke bijdrage was onmisbaar. 

Dankzij jullie gezamenlijke, scherpe blik ligt er nu een stevig fundament. Voor al deze inzet maken we dan ook een diepe buiging voor de klankbordgroep.

Met al deze waardevolle input is er inmiddels een concreet resultaat bereikt, de klankbordgroep heeft alle vijf de aanbevelingen besproken waarna NCZ een verslag heeft opgesteld. Lees de verslagen hieronder:

Medezeggenschap

In de Nederlandse zorg is het heel belangrijk dat cliënten een stem hebben. Dit noemen we medezeggenschap. De wet die dit regelt, heet de Wmcz 2018. Deze wet geeft cliëntenraden het recht om mee te praten over belangrijke beslissingen in zorginstellingen. Een belangrijke vraag om ons daarbij te blijven stellen is: Werkt deze wet in de praktijk wel goed voor iedereen?

Eind 2025 heeft het adviesbureau Berenschot dit uitgebreid onderzocht. Ze hebben gekeken naar vragenlijsten en gesprekken met honderden mensen in de zorg. Het antwoord is duidelijk: de wet zelf is goed, maar de uitvoering kan op sommige punten beter. Het succes van medezeggenschap hangt te veel af van de cultuur binnen een zorginstelling. Vooral als bestuurders en managers niet willen meewerken, of niet weten hoe ze kunnen samenwerken, dan lukt het voor de cliëntenraad niet goed om impact te hebben op de kwaliteit van zorg én van leven.

Lees hier het hele rapport van bureau Berenschot: Wet en werking: De Wmcz-2018 in de praktijk

Verschillen per sector

Het onderzoek laat zien dat de situatie per sector verschilt:

  • In de verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT) en de gehandicaptenzorg gaat het vaak goed. Cliëntenraden worden hier serieus genomen en krijgen goede ondersteuning.
  • In de GGZ (geestelijke gezondheidszorg) en ziekenhuizen is de medezeggenschap ook vaak goed geregeld, maar is het soms lastig om contact te houden met de grote groep patiënten.
  • In de eerste lijn (zoals huisartsenpraktijken) zien ze de cliëntenraad vaak als een onnodige administratieve last. Hier wordt de meerwaarde van de raad minder erkend.
  • In de thuiszorg en jeugdhulp is de wet nog niet overal goed ingevoerd. Het is lastig om jongeren en ouders te vinden die zin hebben om aan een raad deel te nemen.

Het grootste probleem: Cultuur en houding

Veel cliëntenraden hebben problemen met de basis.
Bijvoorbeeld: krijgen ze genoeg geld voor scholing?
Krijgen ze onafhankelijke hulp?
Is de informatie die ze krijgen begrijpelijk en volledig?

Vaak moeten ze hierover te lang discussiëren met het bestuur of met managers.
Het rapport concludeert dat de cultuur en intentie van de organisatie belangrijker is dan de wet voor de uitvoer van medezeggenschap.
Binnen de huidige wet is al veel mogelijk, maar dat wordt niet overal benut.
Als bestuurders de cliëntenraad zien als een partner, werkt het goed.

Achterbanraadpleging: De stem van de cliënten

De koepelorganisaties (LSR, LOC, NCZ, MIND en KansPlus) hebben bij hun eigen leden gevraagd wat ze vinden van het rapport van adviesbureau Berenschot.
NCZ heeft hiertoe op 12 maart een grote online themabijeenkomst gehouden.
Daarna is met een kleinere groep, de klankbordgroep, op vijf avonden dieper ingegaan op de aanbevelingen uit het rapport.
Tijdens deze vijf avonden hebben ze vijf belangrijke aanbevelingen besproken. Het doel was om deze aanbevelingen verder uit te diepen en een begin te maken naar praktische toepassingen.

  1. Versterk de inspraakcultuur: Hoe kunnen we investeren in scholing voor zowel de raad als het bestuur, zodat ze gelijkwaardig samenwerken?
  2. Professionele, structurele ondersteuning: Welke regels zijn nodig voor de kwaliteit en onafhankelijkheid van de mensen die de raad helpen? Moeten ze vaste uren werken?
  3. Medezeggenschap aantrekkelijker maken: Hoe zorgen we voor goede vergoedingen (geld voor tijd en onkosten), zodat meer mensen lid willen worden van een cliëntenraad?
  4. Tijdige en duidelijke informatievoorziening: Hoe zorgen we ervoor dat de raad tijdig alle informatie krijgt, in begrijpelijke taal, en dat ze altijd een antwoord krijgen?
  5. Ondersteuning achterbanraadpleging: Welke hulpmiddelen zijn nodig om cliënten (ook de kwetsbare groepen) structureel te betrekken bij de beslissingen?

Alle organisaties hebben hun eigen achterban geraadpleegd en kwamen tot dezelfde conclusie: er moet iets veranderen.

Een gezamenlijke brief aan de minister VWS

Omdat er veel uitdagingen zijn, hebben de vijf organisaties samen een brief geschreven.
Dit zijn: LSR, LOC, NCZ, MIND en KansPlus.
Op 11 mei 2026 stuurden ze deze bief naar het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
Ook stuurden ze de brief naar de vaste commissie van de Tweede Kamer.

In de brief ligt de focus op de bestaande wet beter laten werken in de praktijk.
Ze hebben drie concrete voorstellen gedaan:

  1. Geld oormerken:
    Nu is het budget voor scholing en ondersteuning vaak een discussiepunt.
    De organisaties willen dat dit geld wettelijk vaststaat. Dan hebben cliëntenraden een stevige basis en hoeven ze niet steeds te vechten om geld.
  2. Samen een impuls geven aan medezeggenschap:
    Met een jaarlijkse “Week van de Medezeggenschap”.
    In deze week wordt medezeggenschap vaker besproken en wordt er een groot congres georganiseerd.
    Dit maakt het onderwerp zichtbaarder en bekender voor iedereen.
  3. Leren van elkaar:
    Er zijn al veel goede voorbeelden in Nederland.
    Met een centrale plek waar cliëntenraden van elkaar kunnen leren en nieuwe oplossingen vinden voor problemen.
    Zoals het vinden van nieuwe leden.

Lees hier de brief aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Wat gebeurt er nu?

De volgende stap is een direct gesprek. De vijf organisaties hebben op 1 juni 2026 een gesprek met het Ministerie van VWS. In dit gesprek bespreken ze de inhoud van de brief en de drie voorstellen. Het ministerie krijgt zo de kans om direct te reageren op de wensen en behoeften vanuit de cliënten zelf.

Na dit gesprek wordt de evaluatie van de wet besproken in de vaste commissie van de Tweede Kamer. De verwachting is dat de Tweede Kamer zelf in het najaar van 2026 over de wet en de voorstellen gaat praten en beslissen. De organisaties blijven de ontwikkelingen volgen. Ze hopen dat de minister en de Kamer hun voorstellen overnemen. Het doel is duidelijk: cliëntenraden moeten een gelijke partner zijn in de zorg, zodat de zorg voor iedereen beter wordt.

Woordenlijst: Uitleg van belangrijke begrippen

Om het artikel goed te begrijpen, staat hieronder een uitleg van de moeilijke woorden:

  • Medezeggenschap: Dit betekent dat mensen het recht hebben om mee te beslissen over zaken die hen raken. In de zorg betekent dit dat cliënten (mensen die zorg krijgen) via hun vertegenwoordigers (de cliëntenraad) invloed hebben op het beleid van de instelling.
  • Cliëntenraad: Dit is een groep mensen die namens de cliënten in een zorginstelling werkt. Zij praten met het bestuur over belangrijke dingen, zoals de kwaliteit van de zorg of de regels in het huis.
  • Wmcz 2018: Dit is de afkorting voor de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen. Het is de wet die bepaalt wat een cliëntenraad mag en moet doen.
  • Uitvoering: Dit is hoe iets in de praktijk wordt gedaan. Een wet kan goed zijn op papier, maar als de uitvoering slecht is, werkt het niet in het echte leven.
  • Budget: Dit is het geld dat een organisatie heeft voor een bepaald doel. Cliëntenraden hebben geld nodig voor scholing, een secretaris en andere kosten.
  • Onafhankelijk: Dit betekent dat je niet afhankelijk bent van iemand anders. Een cliëntenraad moet onafhankelijk zijn, zodat ze eerlijk kunnen oordelen en niet alleen doen wat het bestuur wil.
  • Tweede Kamer: Dit is het belangrijkste deel van het Nederlandse parlement. De leden van de Tweede Kamer maken de wetten en controleren de regering.
  • VWS: Dit is de afkorting voor het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dit ministerie is verantwoordelijk voor de zorg in Nederland.
  • Achterbanraadpleging: Dit is het vragen van de mening aan de mensen die je vertegenwoordigt (de achterban). In dit geval vroegen de organisaties aan de cliëntenraden wat zij nodig hebben.
  • Bestuurscultuur: Dit is de manier waarop een bestuur denkt en handelt. Als de cultuur open is, luistert het bestuur naar de raad. Als de cultuur gesloten is, doet het bestuur wat het zelf wil.

Video met uitleg over de Wet voor cliëntmedezeggenschap (Wmcz 2018) in eenvoudige taal

Wil je meer weten over de Wmcz 2018?

NCZ biedt maandelijks een interactief en dynamisch Webinar aan: Van Wet tot evaluatie – alles over de Wmcz 2018.
We kijken samen hoe de wet tot stand is gekomen, hoe de wet vanaf 2020 tot nu in de praktijk tot uitvoer is gekomen en wat een wetsevaluatie inhoud.
Samen beantwoorden we de volgende vragen:

  • Hoe sluit de wet aan bij huidige ontwikkelingen?
  • Wat is de reikwijdte van de Wmcz?
  • Welke rechten & plichten staan centraal in de Wmcz2018?
  • Wat houden Advies‑ en Instemmingsonderwerpen precies in?
  • Welke impact hebben deze onderwerpen op de cliëntenraad?
  • Wat zijn de regels rondom advies en instemming?
  • Wat is de Medezeggenschapsregeling?

Bezoek de NCZ academie voor de data van het eerstvolgende webinar.

Veelgestelde vragen

Wat is de grootste uitdaging volgens het onderzoek?

De grootste uitdaging is dat het succes van medezeggenschap te veel afhangt van de cultuur in de zorginstelling. Als het bestuur meewerkt, werkt de wet goed.
Als we willen dat cliëntenraden een sterke positie hebben, dan moet het succes van medezeggenschap onafhankelijk van de cultuur in een organisatie zijn.

Waarom is er een evaluatie van de Wmcz 2018 gedaan?

Er is een evaluatie gedaan om te kijken of de wet in de praktijk goed werkt.
Het onderzoeksbureau Berenschot heeft gekeken of cliëntenraden hun rechten echt kunnen gebruiken, waar de impact is toegenomen en waar er problemen zijn.

Waarom hebben de koepelorganisaties eerst een achterbanraadpleging gedaan?

Net als cliëntenraden spreken de koepelorganisaties namens de cliëntenraden. Om hun wensen en behoeften goed te behartigen, is een achterbanraadpleging nodig.
Zo weten de koepelorganisaties zeker dat hun voorstellen gebaseerd zijn op de echte ervaringen van cliëntenraden. Door gesprekken te voeren (zoals NCZ deed in maart en mei), kregen ze een duidelijk beeld van de ervaringen en oplossingen.

Wie heeft de brief naar de minister gestuurd?

De brief is gezamenlijk gestuurd door vijf koepelorganisaties die cliëntenraden behartigen: LSR, LOC, NCZ, MIND en KansPlus. Zij spreken namens veel cliëntenraden in Nederland.